Afhankelijk


Iedere ochtend kijk ik steevast door de kleine patrijspoort van mijn kajuit naar buiten, of er nog bijzondere vogels rond de boot hangen. Vandaag is de zee van een diep, donker soort blauw en, tot mijn verrassing, wit bespikkeld met talloze noordse stormvogels.
  Afgelopen nacht zijn we naar station M gevaren, in het Engelse deel van de Noordzee, ter hoogte van Newcastle. Gisteren waren we nog op station R, met niet meer dan twintig stormvogels. Vandaag lijken het er veel meer.
  Haastig spoed ik mij aan dek van het onderzoeksschip, de Pelagia. De lucht is strak blauw en de zee rustig. Van achtersteven tot boeg dobberen er stormvogels. Ik tel er al gauw vijfhonderd. Verwachtingsvol kijken ze op naar de boot, in de hoop dat we uiteindelijk alsnog een visserskotter blijken te zijn. Helaas.
  Als we voor ons onderzoek beginnen te slepen met planktonnetten komen de vogels in actie. Op strak gehouden vleugels scheren ze achter de boot aan en langszij, om rakelings voor de boeg langs te zeilen.
  Deze albatrossen van het Noordelijk halfrond zijn volledig aangepast aan ons visafval. Je vraagt je af hoeveel er in de Noordzee zouden voorkomen zonder visserij. Minder, veel minder.
  Na het sorteren, tellen en wegen van vooral krabben, zeesterren en zee-egels zetten we deze weer overboord. Daarbij zit kennelijk een en ander van de gading van de stormvogels; ze duiken er met veel misbaar opaf en er ontstaan zelfs de nodige schermutselingen. Twee jan van genten kijken geïnteresseerd toe.