Hardleers


We varen een traject van Texel naar de Shetland eilanden en terug. Bij vertrek vanuit Oudeschild komt ons een wel heel grote meeuw op ooghoogte tegemoet, die dan ook een visarend blijkt te zijn. Het aantal vogels dat we verder op zee tegenkomen is heel beperkt. We varen midden over de Noordzee, dwars over de Oestergronden en de Doggersbank door naar het noorden.
  Naast noordse stormvogels en jan van genten zien we drieteenmeeuwen, maar nooit meer dan tien, en grote jagers, maximaal vijf tegelijk. De jagers worden aangetrokken door de stormvogels. Ze vliegen vele kilometers achter ons aan, waarbij ze ons naderen, de boot passeren, landen, ons bijna uit zicht laten verdwijnen om ons dan opnieuw in te halen.
  Net als de stormvogels verwachten ze ongetwijfeld visafval, rechtstreeks van de boot, dan wel door deze op slinkse wijze afhandig te maken van de stormvogels. Beide soorten blijken hardleers in de zin dat we nauwelijks voedsel verschaffen, maar ze ons toch de hele dag volgen. We passeren geen kotters of andere schepen om de vogels over te nemen.
  Op de locatie met de meeste vogels, station M, dobberen ver weg twee papegaaiduikers in hun bonte zomerse pak. Mooi meegenomen.
  Richting het Friese Front, waar het zoete water afkomstig van onze rivieren botst met het zoute water van de Noordzee, verschuift het soortenspectrum vrij abrupt naar kleine mantelmeeuwen en grote sterns. We zijn weer terug in de kustzone.