Gemengd


De weg loopt dood op een parkeerplaats met een boothelling. Vanaf hier kun je met je vaartuig de Coorong invaren - vooral vissers doen dat, vooral in het weekend.
  Vandaag is een doordeweekse dag.
  Aan weerzijden van de boothelling liggen slikranden van grauwe modder met groene algen. De randen strekken zich uit zover als ik kan zien. En ze wemelen van de strandlopers.
Niet de hele tijd natuurlijk, de strandlopers vliegen door het gebied en landen dan weer eens hier, dan weer eens daar.
  Goed.
  Ik zit op het slik, voor een rij van vier paaltjes die uit het water steken. Op de tweede zat gisteren een grote kuifstern zijn veren uit te schudden, wat een beest, maar dat terzijde.
  Een gemengde groep steltlopers graast het slik af. Ze komen al prikkend in de modder stukje bij beetje dichterbij. Het is een gemengde groep van siberische strandlopers en roodkeelstrandlopers. Binnen de groep trekken de siberische vooral op met de siberische en de roodkelen met de roodkelen, ze hebben de meeste binding met de eigen soort.
  Beide soorten broeden in het noordoosten van Siberië. Beide soorten vliegen een ronde van drieëntwintig duizend kilometer van hun broedgebied naar Zuid-Australië en terug, van het noorden van het noordelijk halfrond naar het zuiden van het zuidelijk halfrond.
  Als het op non stop vliegen aankomt zijn steltlopers niet te kloppen.