Kaalkoppen (2)


De verflaag krult her en der van de muren. Een stopcontact hangt troosteloos aan grillige stroomdraadjes uit de muur. De douchekop in onze veel te kleine badkamer annex toilet is in gradaties van groen beschimmeld. Dit morsige hotel in Sidi Binzarne in Marokko heeft hopelijk betere tijden gekend.
  Desondanks zwaai ik 's ochtends vol goede moed de balkondeuren open en kijk direct op een strakblauwe zee met trage bewegingen van tientallen vissersbootjes. Daarboven draaien jan van genten kalmpjes hun cirkels, verstoord door een opduikende grote jager.
  Een aanvliegende hop trekt steil op voor ons balkon om net niet onze kamer binnen te schieten. Op het restaurantje tegenover ons zit een mannetje blauwe rotslijster met schuin opgestoken, enigszins opengehouden snavel. Zwarte spreeuwen baltsen kwetterend en met trillende vleugels op de balustrades. Op iedere daklijst zingen huisgorzen hoge tonen. Een diadeemroodstaart hupt vrolijk rond in de kruidentuin van het hotel.
  Vanuit het zuiden komt een losse groep aalscholvers aanvliegen die langzaam transformeert in een vlucht heremietibissen. Heremietibissen! Deze kuststrook herbergt de laatste wilde populatie van de wereld, zeshonderd vogels, broedend op klifranden.
  Twee vogels maken zich los uit de groep. Ze landen op het dak van een hotel even verderop in onze straat waar ze zich uitgebreid poetsen.
  Dit alles vredig aanschouwend vanaf ons balkon. Dit hotel is simpelweg briljant.